'De maakindustrie moet servitiseren'

Fontys onderzoekt nieuwe technologieën voor de maakindustrie

Om te kunnen blijven voortbestaan, is het belangrijk voor bedrijven in de maak-industrie om te innoveren. Els van de Kar van Fontys denkt dat bedrijven diensten moeten gaan aanbieden in plaats van producten. Ze onderzoekt hoe het Internet of Things daarbij kan helpen.

Servitiseren is de naam van het proces waarbij bedrijven de omslag maken van het produceren van producten naar het leveren van diensten. Een bekend voorbeeld is Rolls Royce. Dat bedrijf maakt niet alleen auto's, maar ook vliegtuigmotoren. Echter, ze verkopen de vliegtuigmotoren niet, maar laten vliegtuigmaatschappijen betalen voor het gebruik en het onderhoud van de motoren. Ze verkopen dus geen product, maar leveren een dienst. Een ander voorbeeld is een fietsenfabrikant die een deel-fietsen-concept op de markt zet door de fietsen uit te rusten met sensoren en er een app aan te koppelen.

Slim gebruik van nieuwe technologie

Els van de Kar van het Fontyslectoraat Business Services Innovation onderzoekt samen met partners LIOF, Vodafone, Ericsson, Hogeschool Zuyd en Fontys Venlo hoe Limburgse MKB-bedrijven uit de maakindustrie deze omslag kunnen maken met behulp van het Internet of Things (IoT). Van de Kar: "Om zo'n proces in te richten, heb je kostbare tijd nodig. Door slim gebruik te maken van nieuwe technologieën zoals IoT en big data kun je die periode verkorten, waardoor de kans groter wordt dat de nieuwe werkwijze sneller rendabel wordt."

Ver-van-mijn-bed-show

In 2018 is al verkenning gedaan naar de stand van zaken op het gebied van IoT bij Limburgse MKB-bedrijven. Aan de hand van een enquête is een nulmeting gehouden. De vragen gingen over 5 dimensies: organisatie, data intelligentie, productieproces, dienstverlening en klanten. Daaruit bleek hun ‘IoT-maturity'. Van de Kar: "De IoT mogelijkheden zijn voor veel MKB-bedrijven nog een ver-van-mijn-bed-show. We merkten dat de ogen van veel bedrijven pas open gingen tijdens de kennissessie die we met het LIOF en Hogeschool Zuyd organiseerden. We kunnen de bedrijven helpen door ze te laten inzien dat servitiseren met inzet van IoT meerwaarde levert." Studenten van Fontys International Business School gingen vervolgens in het kader van het vak e-business op bedrijfsbezoek en brachten een advies uit over hoe ze met behulp van IoT hun service business model kunnen verbeteren.

Een van de deelnemende bedrijven maakt machines om bier te brouwen. Dat bedrijf is al actief met IoT en heeft een pilot lopen met een grote bierbrouwerij waarbij in die machines sensoren zijn geplaatst die het bierproductieproces volgen. Dit kunnen ze uitbreiden door de machines voor kleine brouwerijen met IoT uit te rusten en dan met deze brouwerijen servicecontracten af te sluiten en op basis van de data de service gericht aan te pakken. Een ander bedrijf produceert deuren en overweegt IoT te gaan inzetten zodat op basis van data de after sales service ingepland kan gaan worden.

Vervolgonderzoek

In het vervolgtraject van het onderzoek wordt er samen met de partners een analyse gemaakt van de succes- en faalfactoren van IoT. Van de Kar: "We willen meer Limburgse bedrijven betrekken bij dit onderzoek en van hen horen waar ze tegenaan lopen. Hoe ziet hun ecosysteem eruit? In hoeverre betrekken ze hun klanten bij het proces?" De deelnemende bedrijven kunnen adviessessies volgen in het Service Engineering Lab bij Fontys in Venlo. "Denk aan het analyseren van de waardeketen voor een bedrijf, samen een waarde propositie bedenken, aan de slag gaan met nieuwe business modellen."

Bron: engineersonline.nl