ING: toeleveranciers hightech staan onder druk

Gezien de omzet van de Nederlandse hightechindustrie loont het voor toeleveranciers de moeite om in te zetten op het behouden en weer vergroten van de omzet richting de hightechindustrie.

De positie van de Nederlandse toeleveranciers staat behoorlijk onder druk. Hierbij gaat het vooral om de toeleveranciers aan de hightechindustrie. Deze hebben de afgelopen jaren relatief slechts beperkt geprofiteerd van de groei in de sector, stellen de deskundigen van het ING Economisch Bureau.

Gezien de omzet van de Nederlandse hightechindustrie, circa 35 miljard euro per jaar, loont het voor toeleveranciers de moeite om in te zetten op het behouden en weer vergroten van de omzet richting de hightechindustrie. Hierbij gaat het om bedrijven als ASML, Philips, VMI groep en Lely.

Verschuiving

Lagere loonkosten in het buitenland ten opzichte van Nederland maakte dat er veel inkoop is verschoven naar het buitenland. Zo is het inkoopvolume van de Nederlandse hightechindustrie van 2000 tot 2017 in het buitenland met 154 procent gestegen terwijl de binnenlandse inkoop over dezelfde periode door de eindfabrikanten op 74 procent groei ligt. 

Compenseren

De Nederlandse toeleveranciers zouden met nieuwe technologie hun positie weer kunnen versterken. Ze verliezen het op het vlak van de loonkosten, maar kunnen dit in toenemende mate compenseren met de inzet van technologische kennis. Hierbij zijn vier strategieën belangrijk. Volgens het rapport van ING zijn deze Digital First, Product Plus, Make & Advise en Design & Service. Bij een juiste invulling hiervan moet dit leiden tot het verhogen van de arbeidsproductiviteit, meer klantspecifiek werken en het inbrengen van meer expertise.

Bron: aandrijven & besturen